In het laatste traveler magazine van National Geographic (nummer 3 / 2007) staat een artikel over de onderhoudstaat van 94 werelderfgoederen. Feit is dat de benoeming van een ’site’ tot werelderfgoed steeds vaker als marketinginstrument wordt gebruikt. Het is te vergelijken met de benoeming van het ‘beste produkt’ van de Consumentenbond: toeristen bepalen op basis van het etiket werelderfgoed of het de moeite waard is een site te bezoeken. National Geographic (NG) schrijft dat UNESCO het programma leidt, en dat landen hun monumenten kunnen voordragen als ze worden beschermd en ‘van uitzonderlijke universele waarde’ zijn. Toerisme speelde in het verleden geen rol, nu des temeer. In totaal zijn er 851 culturele en natuurmonumenten. Met behulp van een panel dat is samengesteld door NG en de George Washington university, werden 94 werelderfgoederen beoordeeld op gebied van duurzaam toerisme. 8 scoorden uitstekend, 30 scoorden goed, 30 scoorden redelijk, 18 scoorden in gevaar en 8 scoorden slecht. Uitstekend en goed scoren vooral werelderfgoederen in westerse maatschappijen. Daarna gaat het bij redelijk om Florence, Frankrijk (Mont-st-Michel), Tanzania (Serengenti), Jordanië (Petra). In gevaar zijn bijvoorbeeld Egypte (Thebes, Luxor), Cuba (Oud Havana), Tanzania (Zanzibar), Peru (Cuzco en Machu Picchu), Israël (Jeruzalem, de oude stad en muren), Griekenland (Acropolis), Mexico (Chichen Itza), Egypte (Cairo), Peru (lijnen van Nazca) en Egypte (pyramides van Giza). Slecht scoorden: Cambodja (Angkor) en Italië (Venetië en lagune).
Bron: Traveler, National Geographic
Hier noem ik de ’sites’ die wij bezochten. Er is nogal wat in gevaar, dat blijkt. Sommige regeringen onderkennen dit, zo blijkt uit het nieuwsbericht dat onlangs in de kranten stond: Chichen Itza in Yucatan, Mexico mag inmiddels niet meer door toeristen beklommen worden.
RSS Feed
E-mail nieuwsbrief